niet-dragende binnenspouwbladen - introNiet-dragende binnenspouw- bladen worden gemaakt met blokken van minimaal 100 millimeter dikte (gewichtsklasse G4/600).

Bouw de niet-dragende binnenspouwbladen altijd flexibel. Je kunt bewegingen van de draagconstructie, zoals het doorbuigen van een vloer volgen en zo scheurvorming voorkomen.

Maak daarom gebruik te van een pvc- vloerprofiel of van dpc-folie.

Ook de zij- en bovenkant van de niet-dragende spouwmuur moeten flexibel worden gebouwd. Maak daarbij gebruik van haakse veerankers en montageschuim of een pvc-opvangprofiel. Hou de volgende hoeveelheden ankers aan:

  • bij een wandaansluiting: 1 veeranker per 3 lagen blokken
  • bij een plafondaansluiting per 2 blokken 1 veeranker + bij elke wandbeëindiging
  • bij een dilatatievoeg: 1 dilatatie- anker per 3 lagen blokken.
  • bij een kozijn: 3 kozijnankers per stijl.

Niet-dragende binnenspouwbladen worden ter bevordering van de flexibiliteit gedilateerd. Een eerste vuistregel is dat er telkens een voeg moet worden aangebracht op een afstand van twee maal de wandhoogte. Dat betekent bij woningen om de  4 meter en bij overige gebouwen maximaal om de 8 meter. Tussen een niet-dragende en dragende spouwmuur moet zich ook altijd een dilatatie bevinden. Hetzelfde geldt voor hoeken van niet- dragende spouwmuren, tenzij een wanddeel korter is dan 750 millimeter.

Een dilatatievoeg moet 10 millimeter breed zijn en wordt over de gehele dikte van de wand gevuld met montageschuim.

Je monteert niet-dragende binnenspouwbladen als volgt:

  1. Maatvoer de wand en stel de metselprofielen.
  2. Bij een vlakke vloer: lijm het vloerprofiel op de vloer of rol de dpc-folie uit. Let op: een niet-afgewerkte ruwe vloer maak je eerst vlak door het aanbrengen van een laag specie van circa 15 millimeter waarbij je het vloer- profiel in de specie aanbrengt. Bij toepassing van dpc-folie rol je de folie uit en breng bij een niet-afgewerkte vloer circa 15 millimeter specie aan.
  3. Plaats de eerste laag blokken zonder lijm in het pvc-profiel of op dpc-folie (zuiver vlak en waterpas aan de metseldraad); lijm de verticale voegen tussen de blokken wel!
  4. Lijm de volgende lagen vertand ten opzichte van de laag eronder.
  5. Hanteer de beschreven zij- en bovenaansluitingen, verankering en dilataties.
  6. Laat de muur circa drie dagen uitharden.
  7. Breng de sleuven voor eventuele (elektra)leidingen aan met een sleuvenfrees of -trekker.
  8. Werk de wand af met de ver- en afwerkingsproducten van Xella.

lateien & kozijnenInformatie over de toepassing van lateien en  kozijnen in niet- dragende binnenspouwbladen vind je hier.

Blokdikte

  • standaard: >100 mm (G4/600)
  • extra geluidwering: 100 mm (G5/800)

Flexibel inbouwen

  • vloeraansluitingen:
    pvc-vloerprofiel of dpc-folie
  • zij- en bovenaansluitingen:
    haakse veerankers met montageschuim of pvc-opvangprofiel

Verankeren

  • wandaansluiting: 1 veeranker per 3 lagen blokken
  • plafondaansluiting: elke 2 blokken 1 veeranker + elke Wandbeëindiging 1 veeranker.
  • dilataties: 1 dilatatieanker per 3 lagen blokken
  • kozijnen: 3 kozijnankers per stijl

Dilateren

  • afstand tussen dilatatievoegen max. 2x wandhoogte (<8m)