blokdikteNiet-dragende binnenwanden worden gemaakt met blokken van minimaal 70 millimeter dikte (gewichtsklasse G4/600). Is de muur hoger dan 2,8 meter, pas dan 100 millimeter dikte toe en bij een nok van 5 meter of hoger 150 millimeter. Bij de meeste binnenwanden in woningen is een dikte van 70 millimeter voldoende. Voor een hogere geluidisolatie van blokkenwanden in een dikte van 100 mm kan je de gewichtsklasse G5/800 toepassen.

Bouw niet-dragende binnen-wanden altijd flexibel om bewegingen van de draagconstructie, zoals het doorbuigen van een vloer, te kunnen volgen en daarmee scheurvorming te voorkomen. Maak daarom gebruik van een pvc-vloerprofiel of van dpc-folie (zie de details). Is de vloer van hout, plaats de blokken dan op een houten regel (hoogte: 45 mm) waarvan de breedte gelijk is aan de dikte van de wand.

Ook de zij- en bovenkant van de niet-dragende binnenwand moeten worden gebouwd. Maak hierbij gebruik van haakse veerankers en montageschuim of een pvc-opvangprofiel (zie de details). Houd de volgende hoeveelheden ankers aan:

  • bij een wandaansluiting 1 veeranker per 3 lagen blokken
  • bij een plafondaansluiting per 2 blokken 1 veeranker + bij elke wandbeëindiging
  • bij een dilatatievoeg 1 dilatatieanker per 3 lagen blokken

DilaterenNiet-dragende binnenwanden moeten omwille van de flexibiliteit worden gedilateerd. Een eerste vuistregel is dat er telkens een voeg moet worden aangebracht op een afstand van twee maal de wandhoogte. Dat betekent bij woningen om de 4 meter en bij overige gebouwen maximaal om de 8 meter. Tussen een niet-dragende en dragende wand moet zich ook altijd een dilatatie bevinden. Hetzelfde geldt voor hoeken van niet- dragende wanden, tenzij een wanddeel korter is dan 750 millimeter. Een dilatatievoeg moet 10 millimeter breed zijn en wordt over de gehele dikte van de wand gevuld met montageschuim.

Monteer niet-dragende binnenwanden als volgt:

  1. Maatvoer de wand en stel de metselprofielen.
  2. Bij een vlakke vloer: lijm het vloerprofiel op de vloer of rol de dpc-folie uit.
    Let op: maak een niet- afgewerkte ruwe vloer eerst vlak door het aanbrengen van een laag specie van circa 15 millimeter. Breng het vloerprofiel in de specie aan.  Rol bij toepassing van dpc-folie de folie uit en breng bij een niet-afgewerkte vloer circa 15 millimeter specie aan.
  1. Plaats de eerste laag blokken zonder lijm in het pvc-profiel of op dpc-folie (zuiver vlak en waterpas aan de metseldraad); lijm de verticale voegen tussen de blokken wel!
  1. Lijm de volgende lagen vertand ten opzichte van de laag eronder.
  2. Hanteer de beschreven zij- en bovenaansluitingen, verankering en dilataties.
  3. Laat de muur circa drie dagen uitharden.
  4. Breng de sleuven voor eventuele (elektra)leidingen aan met een sleuvenfrees of trekker.
  5. Werk de wand af met de ver- en afwerkingsproducten van Xella

Informatie over de toepassing van lateien en kozijnen in dragende binnenspouwbladen vind je hier

Blokdikte

  • standaard: ? 70 mm (G4/600);
    natste zones badkamer:
    100 mm (G4/600)
  • extra geluidwering:
    100 mm G5/800

Flexibel inbouwen

  • vloeraansluitingen:
    pvc-vloerprofiel of dpc-folie
  • zij- en bovenaansluitingen:
    haakse veerankers met
    montageschuim of pvc-opvangprofiel

Verankeren

  • wandaansluiting: 1 veeranker per 3 lagen blokken
  • plafondaansluiting: elke 2 blokken 1 veeranker + elke wandbeëindiging 1 veeranker
  • dilataties: 1 dilatatieanker per 3 lagen blokken
  • kozijnen: 3 kozijnankers per stijl

Dilateren
Afstand tussen dilatatievoegen max. 2x wandhoogte (< 8 m)