Brandwerende scheidingswanden 2Niet­-dragende brandwerende scheidingswanden worden gemaakt met blokken van minimaal 70 millimeter dikte (gewichtsklasse G4/600). Is de muur hoger dan 2,8 meter, pas dan 100 millimeter dikte toe en bij een nok van 5 meter of hoger 150 millimeter. Naast de hoogte is vanzelfsprekend de brandeis bepalend voor de dikte.

Bouw niet­-dragende brandweren­de scheidingswanden altijd flexibel om bewegingen van de draagconstructie, zoals het door­ buigen van een vloer, te kunnen volgen. Daarmee voorkom scheurvorming. Het vloerdetail wijkt af van ‘gewone’ niet­-dragende wan­den. Een niet-­dragende brandwerende scheidingswand wordt met behulp van 15 millimeter stelspecie direct op de vloer gelijmd. De zij- en bovenkant worden flexibel ingebouwd. Hierbij kun je gebruik maken van haakse veerankers en brandwerend montageschuim.

Houd de volgende hoeveelheden ankers aan:

  • Bij een wandaansluiting: 1 veeranker per 3 lagen blokken
  • Bij een plafondaansluiting: per 2 blokken 1 veeranker + bij elke wandbeëindiging
  • Bij een dilatatievoeg: 1 dilatatieanker per 3 lagen blokken
  • Bij een kozijn: 3 kozijnankers per stijl

Niet­-dragende brandwerende scheidingswanden moeten, eveneens ter bevordering van de flexibiliteit, worden gedilateerd. Op zich is het met dilatatievoegen simpel gesteld. Een eerste vuistregel is dat er telkens een voeg moet worden aangebracht op een afstand van twee maal de wandhoogte. Dat betekent bij woningen om de 4 meter en bij overige gebouwen maximaal om de 8 meter. Tussen een niet­-dragende en dragende wand moet zich ook altijd een dilatatie bevinden. Hetzelfde geldt voor hoeken van niet­-dragende wan­den, tenzij een wanddeel korter is dan 750 millimeter. Een dilata­ tievoeg moet 10 millimeter breed zijn en wordt over de gehele dikte van de wand gevuld met brand­werend montageschuim.

  1. U monteert niet­-dragende brandwerende scheidingswan­den als volgt:
  2. Maatvoer de wanden stel de metselprofielen.
    Plaats de eerste laag blokken op 15 millimeter stelspecie (zuiver vlak en waterpas aan de metseldraad); lijm de verticale voegen tussen de blokken.
  1. Lijm de volgende lagen vertand ten opzichte van laag eronder.
  2. Hanteer de beschreven zij- en bovenaansluitingen, verankering en dilataties.
  3. Laat de muur circa drie dagen uitharden.
  4. Werk de wand af met de ver­ en afwerkingsproducten van Xella.
  5. (Elektra)leidingen opbouwen (geen sleuven frezen); voor het gebruik van de juiste schroeven.
lateien

Informatie over de toepassing van lateien en kozijnen in niet-dragende brandwerende scheidingswanden vindt u in hoofdstuk 14. Houd rekening met de voorschriften van de fabrikant voor het op de juiste manier toepassen van brand­werende kozijnen en deuren, zodat de hoge brandwerendheid van de wand van Ytong blokken niet verloren gaat.

Blokdikte
? 70 mm (G4/600)

Inbouwen

  • vloeraansluitingen:
    Direct op stelspecie
  • zij- en bovenaansluitingen:
    haakse veerankers met brandwerend montageschuim

Verankeren

  • wandaansluiting: 1 veeranker per 3 lagen blokken
  • plafondaansluiting: elke 2 blokken 1 veeranker + elke wandbeëindiging 1 veeranker
  • dilataties: 1 dilatatieanker per 3 lagen blokken
  • kozijnen: 3 kozijnankers per stijl

Dilateren
Afstand tussen dilatatievoegen max. 2 x wandhoogte (< 8 m)

Afdichten voegen
Met brandwerend montageschuim