vrije wandvormen extra

Xella brengt drie standaard­ maten en ­dikten op de markt: het 90°­blok (kwartrond), het 60°­blok (ronde douchebakken) en het 30°­blok (spiltrap). Het standaardassortiment kent twee diktes: 70 en 100 millimeter.

Standaard worden de wanden verwerkt met blokken van minimaal 70 millimeter dikte. Is de muur hoger dan 2,8 meter, dan moet 100 millimeter dikte worden toegepast. De maximale hoogte is 4,7 meter.

Bouw niet­-dragende binnen­ wanden altijd flexibel om bewegingen van de draag­ constructie, zoals het door­ buigen van een vloer, te kunnen volgen en daarmee scheur­ vorming te voorkomen. De aansluiting op vloer, plafond en wand verschilt.

Leg op een afgewerkte betonvloer een strook kunststoffolie op de vloer. Hierop vervolgens de blokken stellen. Breng op een ruwe betonvloer een horizontale rug van schrale metselmortel aan, waarop vervolgens de blokken worden gesteld. Ook is het mogelijk om eerst een strook kunststoffolie op de vloer te leggen, waarop een laag metselmortel wordt aangebracht en vervolgens de blokken worden gesteld.

Tegen een bouwmuur moet de aansluiting worden uitgevoerd met een voeg van 10 à 15 millimeter, opgevuld met montage­schuim. Indien de wandlengte niet meer dan 750 millimeter is, mag de wandaansluiting met lijm worden uitgevoerd. Een aansluiting op een massieve woningscheidende wand moet altijd met een voeg en montageschuim worden gemaakt. De aansluiting tegen een niet­dragende binnenwand van Ytong cellenbeton uitvoeren met lijm, voor zover de wandlengte niet meer dan 750 millimeter bedraagt. Is de wand langer, voer dan de aansluiting met een flexibele voeg van 10 à 15 millimeter uit, opgevuld met montageschuim.

De plafondaansluiting tegen de betonvloer wordt uitgevoerd met een flexibele voeg van 10 à 15 millimeter, opgevuld met montageschuim.

Verankering is essentieel voor de sterkte en flexibiliteit van de wand. Ook hier is er het onderscheid tussen het soort vloer, plafond en wand.

Houd de volgende hoeveelheden ankers aan:

  • bij een afgewerkte betonvloer: om de 2 à 3 blokken (ca. 1200 mm wandlengte)
  • bij een wandaansluiting:n1 veeranker per 6 lagen blokken (1200 mm)
  • bij een plafondaansluiting: om de 2 blokken (ca. 1200 mm wandlengte) 1 veeranker + bij elke wandbeëindiging
  • bij een dilatatievoeg: 1 dilatatieanker per 6 lagen blokken
  • bij een kozijn: 3 kozijnankers per stijl

Niet­-dragende binnenwanden uitgevoerd met ronde blokken moeten ter bevordering van de flexibiliteit worden gedilateerd. Een eerste vuistregel is dat er telkens een voeg moet worden aangebracht op een afstand van twee maal de wandhoogte. Dat betekent bij woningen om de 4 meter en bij overige gebouwen maximaal om de 8 meter.

Tussen een niet­-dragende en dragende wand moet zich ook altijd een dilatatie bevinden. Hetzelfde geldt voor hoeken van niet­-dragende wanden, tenzij een wanddeel korter is dan 750 millimeter. Een dilatatievoeg moet 10 à 15 millimeter breed zijn en wordt over de gehele dikte van de wand gevuld met montageschuim.

U monteert niet­-dragende binnen­ wanden in een vrije vorm door de volgende stappen te hanteren:

  1. Maatvoer de wand en stel de metselprofielen.
  2. Bij een afgewerkte betonvloer: breng de kunststoffolie aan. Let op: op een ruwe beton­ vloer moet u een horizontale rug van schrale metselmortel aanbrengen, waarop vervolgens de blokken worden gesteld (eerst een strook kunststoffolie en vervolgens een laag normale metselmortel mag ook).
  3. Plaats de eerste laag blokken zonder lijm; wel de stootvoegen verlijmen.
  4. Lijm de volgende lagen vertand ten opzichte van de laag eronder.
  5. Hanteer de beschreven zij­ en bovenaansluitingen, verankering en dilataties.
  6. Laat de muur circa drie dagen uitharden.
  7. Breng de sleuven voor eventuele (elektra)leidingen aan met een sleuvenfrees of –trekker.
  8. Werk de wand af met de ver-­ en afwerkingsproducten van Xella.

Blokdikte

  • standaard: ? 70 mm;
    natste zones badkamer:
    100 mm

Flexibel inbouwen

  • vloeraansluitingen: dpc-folie en hoekankers
  • zij- en bovenaansluitingen: haakse veerankers met montageschuim

Verankeren

  • wandaansluiting: 1 veeranker per 6 lagen blokken
  • plafondaansluiting: elke 2 blokken 1 veeranker + elke wandbeëindiging 1 veeranker
  • dilataties: 1 dilatatieanker per 6 lagen blokken
  • kozijnen: 3 kozijnankers per stijl

Dilateren

Afstand tussen dilatatievoegen max. 2 x wandhoogte (< 8 m)